Ik heb een hekel aan…

heb-jij-ook-zo-n-hekel-aan-retorische-vragen-spreuk

Er zijn een aantal (lees: verschrikkelijk veel!) dingen waar ik een hekel aan heb. Nou wil ik niet zuurpruimerig overkomen. Ik heb gewoon behoefte om rotzooi met jou te delen. Dat doe jij toch met mij? Mijn tijdlijn staat continu vol met poep. Nu ben ik aan de beurt (om weer) met poep te gaan smijten. Spreekwoordelijk dan hè?! Poep is vies.

Slakken zijn uit hun winterslaap en Luus is dan extra op haar hoede. Ik vind bijna niets erger dan dat gekraak van het slakkenhuisje onder mijn schoen. Op het gemeenschappelijk pad bij ons huis kruipen regelmatig slakken. Naakt of met huisje. Onbewust trap ik ze wel eens morsdood. Als je wilt lachen, dan moet je op dat moment bij mij in de buurt zijn. Door het geluid gil ik panisch en tegelijkertijd maak ik een debiel sprongetje. Dat is natuurlijk niet het enige waar ik hekel aan heb. Als het moet kan ik wel een boek schrijven. Vandaag houd ik het bij een blog.

Elke week doe ik en mijn vriend (heel truttig) samen boodschappen. Vorige week gingen wij naar een andere plaats dan Heerde boodschappen doen. Dat hebben wij geweten. Alsof mensen roken dat wij niet daar vandaan kwamen en expres voor onze voeten liepen en asociaal gedroegen. Asociale mensen, daar heb ik ook een hekel aan. Waarom doen mensen asociaal? Ik wou iets uit het vak pakken, maar mevrouw had blijkbaar meer haast dan ik en greep gauw voor mijn neus het net iets eerder uit het vak. ‘Er staan er nog meer hoor?! Ik maak het vak niet leeg!’ Dacht ik. Ik denk wel meer. In mijn hoofd liet haar keihard in het gangpad struikelen.

Babyshower word ik ook kotsmisselijk van. Gruwhekel heb ik daaraan. Afgelopen zondag zag ik dat er in Deventer een babyshower georganiseerd werd. Ooit werd ik ook voor een paar babyshowers bij vriendinnen uitgenodigd. Je moet verplicht stomme spelletjes spelen, megazoete rommel wegkanen en overdreven enthousiast reageren als er weer een lelijk cadeautje wordt uitgepakt. Niet aan mij besteed. Helemaal nu ik erover mee kan praten, je weet niet eens of je kindje gezond ter wereld komt. Waarom zou je dan een feestje vooraf vieren? Ik haat het.

Tijdens het socializen zeg ik soms van alles, alleen maar om het gesprek op gang te houden. Niet eens omdat het gezellig is. 😉 Over het weer heb ik al uitgebreid gehad. Ik ga van hak op de tak. Van het mooie lentezonnetje spring ik door naar mijn lelijk ingegroeide teennagel. Omdat ik niet wil apegapen, vertel ik dat ik er last van heb en dat ik regelmatig een sodabadje maak. Soda werkt zuiverend en verzachtend zeg ik erachteraan. Dan begint mijn gesprekspartner. Zij had ook eens last van een ingegroeide teennagel dat ze er zelfs voor naar de dokter moest. Wat errúg! Dacht ik. Maar ik dacht ook: wat een irritant gedoe, mensen die altijd iets erger hebben meegemaakt.

Zo, genoeg poep voor vandaag. Oh, nee. Wacht! Nu ik het toch over poep heb. Ik heb óók hekel aan hondenpoep dat niet wordt opgeruimd. Smerig. Waar ik dan zin in heb *maar het lukt mij toch nooit omdat ik snel kokhals* om vlaggenprikkers in hondenpoep te steken. Dan valt het nog meer op en hoop dan dat smerige baasjes er toch nog iets mee doen! Opruimen bijvoorbeeld. Waar heb jij een hekel aan? 🙂

Advertenties

Moederdag

Rozen

Het is raar om moeder te zijn, maar om je geen moeder te voelen. Ik hoop dit jaar wel écht moeder te voelen. Moederdag wordt gevierd ter ere van het moederschap. Wat is een moeder op Moederdag zonder levend kindje? Zo zijn er gelukkig heel veel mama’s die er wel zijn. Er zijn ook veel mama’s die er nog niet zijn en er zijn mama’s die er niet meer zijn. In Nederland valt Moederdag op de tweede zondag in mei. Dit verschilt echter per land. Gezinnen die Moederdag vieren staat de dag in het teken van het verwennen van moeder. Ze krijgt veelal ontbijt op bed en cadeaus.

Weken voordat het Moederdag is, word je platgegooid met reclame. Reclame op straat, op de radio, in je (spam) mailbox en in de winkels. Zo heb ik een aantal suggesties voor een Moederdagcadeau: een zonnige Marc Jacobs bloemengeur, een hartjestekening, een liefdevol gedicht, een rijk aromatische Rituals geurkaars, een Mozart kookwekker, een holografische mok, Bloomon bloemen of een chocoladereep van Tony’s Chocolonely met de tekst: ‘mam, je hebt een dikke reep.’ Wie weet heb je een soortgelijk cadeau gekregen van je kroost. Wellicht heb je ontbijt op bed gehad of gemaakt. Ontbijt op bed worden moeders ook altijd blij van. Lekker bunkeren! Maar het moet dan wel later dan negen uur worden gebracht. Dat is vroeg genoeg voor de zondagochtend.

Moederdag is voor mij dit jaar geheel ontgaan. Althans de aanloop naar Moederdag. Ik was er niet mee bezig. Het kan zijn dat ik mij hier onbewust voor afsloot. Ik weet het echt niet. Afgelopen zondagochtend werd ik wakker en had een paar hele lieve Whatsapp-berichten ontvangen van meegaande moeders. Ze dachten aan mij omdat het Moederdag was. Ik mis Suus. Elke dag. De rest van mijn leven. Het gemis werd door Moederdag extra versterkt. Nadat ik de berichten had gelezen, startte ik Facebook op. Daar kwamen alleen maar blije moeders voorbij (wat superlogisch is) die leuke, mooie en lieve cadeaus en/of ontbijt hadden gekregen. Toen brak ik. Dat wou ik ook! Ik wou -zonder dat ik er mee bezig was- ook Moederdag vieren. Jurjen heeft kaarsjes aangestoken voor op het Suus-kastje en ik heb liefdevol over haar gipshandjes en gipsvoetafdrukken geaaid. Het is een understatement als ik zeg dat het een zware Moederdag voor mij was.

Eerste keren #1

Eerste keren

Wat was dat spannend. Eerste keer zonder handen fietsen. Hoe oud ben je eigenlijk als je zelf kunt fietsen zonder zijwieltjes? Jaartje of zes? Voor het verhaal maakt het eigenlijk niet zoveel uit. Bij mijn ouderlijk huis had je aan de achterkant van de woning allemaal garageboxen. Genoeg ruimte om veilig te kunnen spelen en om te fietsen zonder zijwieltjes. Op het lange stuk leerde een buurmeisje mij, om te fietsen zonder handen. Ik was bang om de grond te kussen en mijn scheve voortanden te verliezen. Daarom deed ik extra voorzichtig. Paar keer zag het er heel sneu uit. Handen liet ik één voor één los van het stuur. Later beide handen, maar niet langer dan twee seconden. Stap voor stap. Oefening baart écht kunst. Uiteindelijk fietste ik alleen nog maar zonder handen. Kiek ‘m goan!

Mijn vriendinnen droegen al reetveters op hun dertiende. Ik droeg boxershorts. Bij bepaalde strakke doorschijnende broeken zag dat er niet bepaald sexy uit. Je zag overal lijntjes en figuurtjes doorheen komen. Een vriendin ging mij ‘leren’ om zo’n tanga te dragen. Eerste keer zit dat voor geen meter. Je wilt het constant uit je bips halen. Terwijl dat het daar hoort. Tijdens het wandelen door het parkje, hield ik de handen van mijn vriendin vast. Zo kon ik ook niet ongegeneerd zitten pulken aan mijn achterwerk. Ik zie ons daar nog steeds lopen. Haha. Eerlijk is eerlijk. Het was verdomd handig, zo’n duwtje in de rug. Anders droeg ik nog steeds alleen maar van die grote lekker zittende tenten. Als je vrouw bent, kan dat natuurlijk niet. 😉

Als je begint te puberen, slaan je hormonen regelmatig op hol. Er gebeuren hele rare dingen met je lichaam en je denkt dat je alles (beter) weet. Jongens beginnen ineens interessant te worden en je praat met je vriendin nergens anders meer over. Daar begint het gezeur en vooral de hilarische weddenschappen met je beste vriendin. *gniffel-gniffel*. De eerste kus behoorde ook bij de weddenschappen. Ik wou dat ik ‘m verloren had. Het is echt niet lekker als je met iemand zoent, die nog harder kwijlt dan een hond. Onderweg naar huis -met een kersverse trauma op zak- spuugde ik meer speeksel uit, dan ik in mijn mond had. Vind je het gek dat de eerste keren onvergetelijk zijn?

Ik word dik

Weegschaal

De maand januari is allang gepasseerd. Goede voornemens liggen al in de prullenbak. Wat zeg ik? Ze zijn al opgehaald door de ROVA en gedropt op de grote afvalbult. Wat zeg ik? Volgens mij is het al verwerkt en inmiddels onvindbaar. Verpulverd. Harstikke verpulverd. Het waren goede voornemens die wél haalbaar waren. Althans dat dacht ik. Zo wilde ik meer gaan sporten. Ik wilde fitter worden. Als ik fitter zou worden, zouden er vast een paar kilootjes verdwijnen. Of in ieder geval mijn tieten. Dat is vaak als vrouwen willen afvallen. Je wilt eigenlijk dat je een plattere buik krijgt, in plaats daarvan zijn je tieten zoekgeraakt en je buik blijft onveranderd. Soms is het leven oneerlijk. Het gevolg van dat mijn goede voornemens nergens meer te vinden zijn, is dat ik inmiddels wat kilo’s aangevreten heb. Ik kan het ook geen kerstkilo’s meer noemen. Kerst is sowieso al heel lang geleden. Maar hé, ik heb wel weer iets meer tiet voor teruggekregen…

Vanavond keek ik voor het eerst naar het programma van Fred van Leer: ‘alles uit de kast’. Fred helpt slecht geklede dames met de meest uiteenlopende vormen, maten én budgetten er beter uit te zien. Als het programma is afgelopen voelt iedereen zich mooier. ‘Fred! Ik ga jou bellen. Jij bent vast mijn redder in nood.’ In het programma viel een dame vijfenzestig kilo af. Respect. Ik kom dit jaar minstens vijfenzestig kilo aan. Nóg knapper. Ik word dik. Heel dik. In de supermarkt lacht alles mij toe. Augurken, haring, slagroom, chocolade, zakken chips, aardbeien en tonijn. Tonijn met aardbei behoort sinds kort tot mijn top ten favorite foods. Broodje haring met slagroom is het allerlekkerst van mijn top ten list. Ik ben raar. Maar mijn lengte is wel normaal, mijn omvang was redelijk normaal en ben gelukkig nooit gepest. In tegenstelling tot de vrouwen in het nieuwe programma van Fred. Vast wel achter mijn rug, maar daar was ik toch niet bij. Zo zijn mensen. In mijn kledingkast liggen nog oersexy afritsbroeken, witte leggings en pronken in mijn schoenenrek de welbekende crocs. Wie heeft ze niet? Ze lopen zo lekker! Kan dat nog Fred?

Ooooh….Ik word dik. Is het al bijna januari? Dan kan ik opnieuw beginnen met mijn goede voornemens. Ik wil fitter worden. Even tellen. Nog bijna negen maanden te gaan. Wat grappig. Zwangerschap duurt ook negen maanden. Dat ik dik word vind ik eerlijk gezegd voor nu geen probleem. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Alles wat ik eet plakt op mijn heupen en vooral op mijn buik. Ik word dik. Dat is wel een klein probleem. Ik hoop dat het groeien tijdelijk is en stopt wanneer ik uitgerekend ben. Ja, je leest het goed. Suus wordt grote zus! ‘Dropje’ heeft ruimte nodig. Mama probeert het later wel weer te fixen door op rantsoen te gaan en als een malle te gaan sporten. Niet alleen ‘dropje’ zorgt ervoor dat mijn buik groeit. Ook het vruchtwater en meer vetopslag zorgt ervoor dat ik mijn normale kleding (nu al niet meer!) pas. Tijd voor zwangerschapskleding én mijn lekker zittende crocs. 😉

Ode aan mijn melkflessen

Melkflessen

Lekker weertje hè? Ik heb een week lang gezocht naar mijn zonnebril. Die lag -net als zoveel van mijn andere onvindbare spullen- op een niet logische plek. Vandaag kon ik ‘m eindelijk op mijn bolle kop zetten. Wanneer ik mijn gouden Ray-Ban pilotenbril op heb, voel ik mij een stuk cooler. Zelfs bij zo’n retro modelletje. Onmisbaar accessoire, als je het mij vraagt. Ik ben dan incognito met een zonnebril op mijn kanis. In de verte hoor ik mensen met elkaar smoezen. ‘Is dat Luus?’ ‘Ja, dat is Luus. Dat kun je zien aan haar zonnebril, die is al meer dan vijf jaar oud.’ Ons bint zuunig. Nou ja zuunig. Het kan hier nog wel een stuk zuuniger. Maar hé! Geld moet rollen.

Lekker weertje hè? Ik ben dol op de lente en op de zomer. Het liefst loop ik elke dag in mijn korte broek. Hoewel ik mega-woest-aantrekkelijk uitzie in een minirok of kokerrok, ga ik liever voor een korte broek. Het zit lekker, je kunt zonder problemen fietsen, traplopen en bukken. Als ik ga zitten hoef ik mijn rok niet netjes onder mijn kont te vouwen. Ook hoeven de benen niet netjes bij elkaar of over elkaar, als een echte dame. Geen stress met een korte broek. Nou ja, geen stress? Mijn benen! Mijn harige benen! Ik lijk wel een apin. Ondertussen heb ik mezelf een nieuwe naam gegeven. Vanaf nu heet ik: Bokita. Bokita de albino apin.

Lekker weertje hè? Bokita heeft alleen een klein ‘probleempje’ of beter gezegd een handicap. Mijn benen zijn wit en geven licht. Als ik bruin-zonder-zon op mijn benen smeer, zien mijn benen én handen er oranje uit. Dat spul blijft weken zitten. Komt eigenlijk best goed uit, zit ik mij net te bedenken. Volgende week is het Koningsdag. Maar dat wil ik niet. Ik wil poepiebruine armen en benen. Niet oranje. En liever ook niet wit. Op dit moment zijn mijn benen net melkflessen. Tijdens het typen heb ik het volgende besloten: ik ga niet meer puffen in de hitte of het risico lopen mijn huid te beschadigen om een klein beetje een bruine teint te krijgen. Mijn huid is licht, en dat is prima. Ik ga mijn melkflessen omarmen. Ode aan mijn melkflessen.

Aan alles komt een eind

Zag je mij vandaag rennen vanuit het Stadhuis naar de Marktplein? Dat kan kloppen. Het was mijn allerlaatste werkdag. Voordat ik het pand verliet had ik zout in de suikerpotten gedaan, bureaustoelen gedemonteerd, de letters ‘n’ en ‘m’ verwisseld op het toetsenbord en ben ik heel creatief bezig geweest met gele post-it papiertjes. Een paar uur voordat ik écht vertrok zei ik iets stoms. Nu zeg ik wel vaker stomme dingen. Het is goed om alles positief te houden, maar ik kan niet positief doen als ik het niet voel. Het was voor mij niet dynamisch genoeg en haalde al helemaal geen energie uit mijn werk. Het werk haalde wel energie uit mij. Doodmoe kwam ik elke dag thuis van het werk.

Het ging elke dag ongeveer zo: mijn wekker ging elke dag mega vroeg, chagrijnig liep ik als een zombie naar de badkamer, slingerde de douche aan om wakker te worden en met natte haartjes sprong ik met één vloeiende beweging op de fiets. (alsof ik nog steeds twintig ben) Eenmaal bij de bushalte moest ik altijd 4 minuten wachten op de ‘snelle’ dienst. Met 44 minuten stapte ik met de meute weer uit de bus om mijn werkdag te starten. Nadat de trage computer was opgestart en ik op alle programma’s had ingelogd, trakteerde ik mijzelf op twee plastic bruine bekertjes met automaten-thee om op te starten en om mijn keel te smeren. Precies om half negen ging mijn gevangenishek open om vriendelijk -althans dat probeerde ik- de burgers te woord te staan.

Als je Luus zesendertig uur alleen maar hetzelfde laat doen, kan zij haar vleugels niet uitslaan en voelt zich letterlijk in een kooi gesmeten. Je hoort jezelf en zegt contant hetzelfde. Ik nam het zelfs mee naar bed. In mijn slaap vroeg ik wel eens: ‘Weet u zeker dat u een paspoort wilt? U bent eenennegentig, gaat u nog buiten Europa reizen?’ Halverwege de nacht stelde ik meer vragen: ‘Is uw lengte nog steeds een-meter-drieëntachtig?’ Mensen vinden het grappig om te zeggen: ‘…het kan zijn dat ik één centimeter gekrompen ben!’ Als die ‘grap’ al honderdduizend keer gemaakt is, dan is het niet leuk meer. Het is zelfs schijtirritant. Maak die ‘grap’ niet. Nooit! Nadat ik in mijn slaap vijf werkvragen heb gesteld schrik ik wakker.

Vandaag mocht of moest ik eigenlijk tot 15.45 uur werken. (Ik hield het met moeite vol) Aan het eind van de middag heb ik inmiddels mijn ex-collega’s SPAM gestuurd, sommigen een slap afscheidshandje gegeven, alle knappe mannen gekust en vanaf een afstand naar de manager gezwaaid. Als laatste had ik mijn badge ingeleverd bij de beveiliging. Vanaf de beveiliging heb ik een sprintje getrokken door de publiekshal naar de tourniquet en tegen de klok in tussen de deurbladen verder gedribbeld. Toen ik de frisse buitenlucht rook, viel er een last van mijn schouders. Aan alles komt een eind!

Fluffy de Flamingo

Fluffy tasjeslogo

‘Wat Lucienne in haar kop heeft, heeft Lucienne niet in haar kont.’ Fluffy de Flamingo is bedacht en geschreven ter nagedachtenis aan Suus, die kort na haar geboorte is overleden. In mijn hoofd spookte al snel het idee om een kinderboek te gaan schrijven. Ik werd getriggerd door mijn lieve vriend. Wij vinden het erg verdrietig dat Suus er niet meer is. Wij hadden graag leuke dingen willen doen, die je normaliter met kinderen doet, bijvoorbeeld: voorlezen. Waar een flamingo is, is Suus. Eigenlijk kun je zeggen dat Suus Fluffy is. Fluffy de Flamingo is een mooie roze flamingo die allerlei avonturen beleeft met haar vriendjes. In de vorm van een kinderboek leeft Suus toch nog een beetje voort. Het wordt een boek om trots op te zijn!

Wat heb je eigenlijk allemaal nodig om een mooi kinderboek te kunnen gaan schrijven? Schrijfster. Geld. Illustrator. Eindredacteur. Drukker. Uitgever. Hoge gunfactor. Afgelopen november ben ik driftig begonnen met het schrijven van kinderverhaaltjes. Ik had voor mijn gevoel genoeg inspiratie. Elk jaargetij heeft zes voorleesverhaaltjes. Via-via ben ik bij de illustrator Nikki Smits terechtgekomen. Zij heeft elk verhaaltje voorzien van een prachtige illustratie. Uit mijn eigen regio heb ik een eindredacteur gevonden, die mijn teksten heeft gecontroleerd en heel veel puntjes op de i heeft gezet. Om de kosten enigszins te drukken, was een gesprek met de drukker de moeite waard. Rijk worden doe je niet van het schrijven van een boek. Je doet het omdat het leuk is en omdat het spannend is. Ik vind het zelfs zo spannend dat ik al maanden veel te makkelijk kak.

Aanstaande vrijdag gaat het gebeuren. Fluffy komt aangevlogen en zij wordt voorzichtig om 10.00 uur gelanceerd bij Dick.and.Co aan de Dorpsstraat 21 in Heerde. Je zult mij deze week nog vaak tegenkomen. In de Schaapskooi, op Radio794, in de Stentor en in het Veluws Nieuws. Alles voor Fluffy. Het wordt één groot feest! De kleuters van de Horsthoekschool zijn uitgenodigd om samen met ons het feestje te komen vieren. Ik ga verhaaltjes voorlezen. Zij gaan mij moeilijke kleutervragen stellen. Wij gaan samen theedrinken en lekkere koekjes opsmikkelen. Niet alleen de kleuters zijn uitgenodigd. Jij bent ook van harte uitgenodigd. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Zeg het voort, verspreidt het woord…en kom vrijdag 9 maart om 10.00 uur langs bij Dick.and.Co. | www.fluffydeflamingo.nl | www.nikkismits.com |