Ode aan mijn melkflessen

Melkflessen

Lekker weertje hè? Ik heb een week lang gezocht naar mijn zonnebril. Die lag -net als zoveel van mijn andere onvindbare spullen- op een niet logische plek. Vandaag kon ik ‘m eindelijk op mijn bolle kop zetten. Wanneer ik mijn gouden Ray-Ban pilotenbril op heb, voel ik mij een stuk cooler. Zelfs bij zo’n retro modelletje. Onmisbaar accessoire, als je het mij vraagt. Ik ben dan incognito met een zonnebril op mijn kanis. In de verte hoor ik mensen met elkaar smoezen. ‘Is dat Luus?’ ‘Ja, dat is Luus. Dat kun je zien aan haar zonnebril, die is al meer dan vijf jaar oud.’ Ons bint zuunig. Nou ja zuunig. Het kan hier nog wel een stuk zuuniger. Maar hé! Geld moet rollen.

Lekker weertje hè? Ik ben dol op de lente en op de zomer. Het liefst loop ik elke dag in mijn korte broek. Hoewel ik mega-woest-aantrekkelijk uitzie in een minirok of kokerrok, ga ik liever voor een korte broek. Het zit lekker, je kunt zonder problemen fietsen, traplopen en bukken. Als ik ga zitten hoef ik mijn rok niet netjes onder mijn kont te vouwen. Ook hoeven de benen niet netjes bij elkaar of over elkaar, als een echte dame. Geen stress met een korte broek. Nou ja, geen stress? Mijn benen! Mijn harige benen! Ik lijk wel een apin. Ondertussen heb ik mezelf een nieuwe naam gegeven. Vanaf nu heet ik: Bokita. Bokita de albino apin.

Lekker weertje hè? Bokita heeft alleen een klein ‘probleempje’ of beter gezegd een handicap. Mijn benen zijn wit en geven licht. Als ik bruin-zonder-zon op mijn benen smeer, zien mijn benen én handen er oranje uit. Dat spul blijft weken zitten. Komt eigenlijk best goed uit, zit ik mij net te bedenken. Volgende week is het Koningsdag. Maar dat wil ik niet. Ik wil poepiebruine armen en benen. Niet oranje. En liever ook niet wit. Op dit moment zijn mijn benen net melkflessen. Tijdens het typen heb ik het volgende besloten: ik ga niet meer puffen in de hitte of het risico lopen mijn huid te beschadigen om een klein beetje een bruine teint te krijgen. Mijn huid is licht, en dat is prima. Ik ga mijn melkflessen omarmen. Ode aan mijn melkflessen.

Advertenties

Aan alles komt een eind

Zag je mij vandaag rennen vanuit het Stadhuis naar de Marktplein? Dat kan kloppen. Het was mijn allerlaatste werkdag. Voordat ik het pand verliet had ik zout in de suikerpotten gedaan, bureaustoelen gedemonteerd, de letters ‘n’ en ‘m’ verwisseld op het toetsenbord en ben ik heel creatief bezig geweest met gele post-it papiertjes. Een paar uur voordat ik écht vertrok zei ik iets stoms. Nu zeg ik wel vaker stomme dingen. Het is goed om alles positief te houden, maar ik kan niet positief doen als ik het niet voel. Het was voor mij niet dynamisch genoeg en haalde al helemaal geen energie uit mijn werk. Het werk haalde wel energie uit mij. Doodmoe kwam ik elke dag thuis van het werk.

Het ging elke dag ongeveer zo: mijn wekker ging elke dag mega vroeg, chagrijnig liep ik als een zombie naar de badkamer, slingerde de douche aan om wakker te worden en met natte haartjes sprong ik met één vloeiende beweging op de fiets. (alsof ik nog steeds twintig ben) Eenmaal bij de bushalte moest ik altijd 4 minuten wachten op de ‘snelle’ dienst. Met 44 minuten stapte ik met de meute weer uit de bus om mijn werkdag te starten. Nadat de trage computer was opgestart en ik op alle programma’s had ingelogd, trakteerde ik mijzelf op twee plastic bruine bekertjes met automaten-thee om op te starten en om mijn keel te smeren. Precies om half negen ging mijn gevangenishek open om vriendelijk -althans dat probeerde ik- de burgers te woord te staan.

Als je Luus zesendertig uur alleen maar hetzelfde laat doen, kan zij haar vleugels niet uitslaan en voelt zich letterlijk in een kooi gesmeten. Je hoort jezelf en zegt contant hetzelfde. Ik nam het zelfs mee naar bed. In mijn slaap vroeg ik wel eens: ‘Weet u zeker dat u een paspoort wilt? U bent eenennegentig, gaat u nog buiten Europa reizen?’ Halverwege de nacht stelde ik meer vragen: ‘Is uw lengte nog steeds een-meter-drieëntachtig?’ Mensen vinden het grappig om te zeggen: ‘…het kan zijn dat ik één centimeter gekrompen ben!’ Als die ‘grap’ al honderdduizend keer gemaakt is, dan is het niet leuk meer. Het is zelfs schijtirritant. Maak die ‘grap’ niet. Nooit! Nadat ik in mijn slaap vijf werkvragen heb gesteld schrik ik wakker.

Vandaag mocht of moest ik eigenlijk tot 15.45 uur werken. (Ik hield het met moeite vol) Aan het eind van de middag heb ik inmiddels mijn ex-collega’s SPAM gestuurd, sommigen een slap afscheidshandje gegeven, alle knappe mannen gekust en vanaf een afstand naar de manager gezwaaid. Als laatste had ik mijn badge ingeleverd bij de beveiliging. Vanaf de beveiliging heb ik een sprintje getrokken door de publiekshal naar de tourniquet en tegen de klok in tussen de deurbladen verder gedribbeld. Toen ik de frisse buitenlucht rook, viel er een last van mijn schouders. Aan alles komt een eind!

Fluffy de Flamingo

Fluffy tasjeslogo

‘Wat Lucienne in haar kop heeft, heeft Lucienne niet in haar kont.’ Fluffy de Flamingo is bedacht en geschreven ter nagedachtenis aan Suus, die kort na haar geboorte is overleden. In mijn hoofd spookte al snel het idee om een kinderboek te gaan schrijven. Ik werd getriggerd door mijn lieve vriend. Wij vinden het erg verdrietig dat Suus er niet meer is. Wij hadden graag leuke dingen willen doen, die je normaliter met kinderen doet, bijvoorbeeld: voorlezen. Waar een flamingo is, is Suus. Eigenlijk kun je zeggen dat Suus Fluffy is. Fluffy de Flamingo is een mooie roze flamingo die allerlei avonturen beleeft met haar vriendjes. In de vorm van een kinderboek leeft Suus toch nog een beetje voort. Het wordt een boek om trots op te zijn!

Wat heb je eigenlijk allemaal nodig om een mooi kinderboek te kunnen gaan schrijven? Schrijfster. Geld. Illustrator. Eindredacteur. Drukker. Uitgever. Hoge gunfactor. Afgelopen november ben ik driftig begonnen met het schrijven van kinderverhaaltjes. Ik had voor mijn gevoel genoeg inspiratie. Elk jaargetij heeft zes voorleesverhaaltjes. Via-via ben ik bij de illustrator Nikki Smits terechtgekomen. Zij heeft elk verhaaltje voorzien van een prachtige illustratie. Uit mijn eigen regio heb ik een eindredacteur gevonden, die mijn teksten heeft gecontroleerd en heel veel puntjes op de i heeft gezet. Om de kosten enigszins te drukken, was een gesprek met de drukker de moeite waard. Rijk worden doe je niet van het schrijven van een boek. Je doet het omdat het leuk is en omdat het spannend is. Ik vind het zelfs zo spannend dat ik al maanden veel te makkelijk kak.

Aanstaande vrijdag gaat het gebeuren. Fluffy komt aangevlogen en zij wordt voorzichtig om 10.00 uur gelanceerd bij Dick.and.Co aan de Dorpsstraat 21 in Heerde. Je zult mij deze week nog vaak tegenkomen. In de Schaapskooi, op Radio794, in de Stentor en in het Veluws Nieuws. Alles voor Fluffy. Het wordt één groot feest! De kleuters van de Horsthoekschool zijn uitgenodigd om samen met ons het feestje te komen vieren. Ik ga verhaaltjes voorlezen. Zij gaan mij moeilijke kleutervragen stellen. Wij gaan samen theedrinken en lekkere koekjes opsmikkelen. Niet alleen de kleuters zijn uitgenodigd. Jij bent ook van harte uitgenodigd. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Zeg het voort, verspreidt het woord…en kom vrijdag 9 maart om 10.00 uur langs bij Dick.and.Co. | www.fluffydeflamingo.nl | www.nikkismits.com |

Tijd

Time

Alles draait om tijd. Kijk maar naar al die gestreste koppen om je heen. Vrije tijd. Wat is dat eigenlijk? We moeten steeds meer: werken, sporten, uitgaan, internetten, sociale contacten onderhouden en zo kan die ‘to do list’ nog wel wat langer. Sinds kort ben ik ook weer aan het werk. 36 uur knallen in het stadhuis. Er wordt verwacht dat ik vroeg in de ochtend begin. Dat betekent dat ik elke ochtend de bus van 7.21 uur aan de Brinklaan in Heerde moet hebben om op tijd te kunnen beginnen. Afgelopen week mistte ik bijna de bus. Vandaar dat ik aan ‘tijd’ dacht. Als ik later zou komen, wat zou er dan in het ergste geval gebeuren? Niks. Precies. Toch draait alles om tijd. Op tijd naar bed. Op tijd uit bed. Op tijd je kinderen naar school brengen. Op tijd naar je werk. Op tijd uit je werk. Op tijd eten koken. Op tijd naar de sportvereniging. Na het sporten is er een mogelijkheid om de kijkbuis aan te slingeren, maar niet te lang, want je ‘moet’ weer op tijd naar bed voor een goede nachtrust.

Ik schrijf dit allemaal wel, maar tijdens het schrijven word ik zelf een beetje onrustig. In mijn hoofd ren ik vlieg ik. Alsof dat niet genoeg is, moet mijn lichaam ook nog eens alle kanten op. Mijn wekker zorgt ervoor dat ik vroeg als een zombie onder de douche sta. Na het ontbijten word ik op mijn fiets getrapt. Vervolgens word ik met de menigte de bus ingezogen. Vanaf het Marktplein word ik in het stadhuis geplant. Na werktijd word ik op de automatische piloot de bus weer ingezogen. Na de busrit word ik weer op mijn fiets getrapt. Ik word naar huis verplaatst door mijn eigen benen. Het lijkt allemaal vanzelf te gaan. Is dit allemaal niet tegen de natuur in? Het voelt wel onnatuurlijk. Over tien jaar heeft iedereen het papiertje ‘timemanagement’ op zak. Iedereen hoopt dan de wijsheid in pacht te hebben. Wellicht zorgt het iets voor minder stress. Het lukt je nu wel om rustig een broodje te eten of om op tijd op het trainingsveld te staan. Dat is te hopen tenminste. Meten is weten. Vrolijk zwaai je nog eens met je papiertje timemanagement net als de rest.

Buiten alle activiteiten om sluit ik mijzelf al te graag op als een kluizenaar in mijn eigen huis. Time voor a me-time. Ik vind het steeds raar om te horen dat mensen meer dan 50 uur werken, soms wel 80 uur. ‘Get a life’, denk ik dan. Bestaat er dan niet meer dan werken? Natuurlijk wel! Leef je om te werken? Natuurlijk niet! Koop eens een prachtplaat met mooie whisky uit de lokale drankenwinkel. Ga in je luie stoel liggen en relax. Op donderdagavond luisteren naar radio 794 is ook een goede tip! Als je niks met muziek hebt, is lezen ook wel fijn om je mind te resetten. Nu ik toch gebruik maak van de allergrootste platenkast van de wereld, zoek ik ‘time’ van Pink Floyd. De tekst handelt op melancholische wijze over het verstrijken van de tijd en het aflopen van de jeugd. Helaas is mijn jeugdtijd allang voorbij. *Pakt snel een wijntje en neemt een grote slok* Proost Amigos en las af en toe een me-time in. Alles draait om tijd. Me-time hoort daar ook bij.

Cadeautje!

Cadeautje!

Iedereen geeft en ontvangt wel eens cadeautjes. Ontvangen vind ik ook altijd wel een dingetje. Ik geef liever. Toch vind ik het verdomd lastig om voor anderen een cadeau uit te zoeken. Hoe goed ik ze ook ken. Urenlang kan ik in een winkel ronddwalen omdat ik geen keuze kan maken van wat ik halen moet. Wat is leuk? Wat vindt hij/zij leuk? Persoonlijke cadeaus zijn het allerleukst. Dat weet ik ook wel. Ken ik ze dan niet goed genoeg, dat ik niks kan verzinnen? Aan vrienden of vriendinnen geef ik zelden een geldenvelop. Dat vind ik zo afgezaagd. Behalve bij een bruiloft. Vaak willen ze dat dan juist. Een cadeaubon geef ik alleen als zij dat zelf graag willen. Met bloemen of een fles wijn zit je meestal goed, tenzij de man of vrouw in kwestie een alcoholist(e) is. Je mag zelfgemaakte cadeaus schenken, volgens de etiquetteregels. Dat is juist superleuk. Toch? Zelf dingen fabriceren. Veel mensen verlangen naar wat speciaal voor hen is uitgekozen.

Van de week was ik ook bezig met cadeautjes uitzoeken en inpakken. Met inpakken hadden wij hier in huis de grootste lol. Een cadeau zo belachelijk mogelijk inpakken. Dat is ons gelukt. Wat een lol kun je daar om hebben. Het uitzoeken van een cadeau is minder grappig. Het kostte mij, zoals gewoonlijk, veel tijd om een cadeau uit te zoeken. Voor het zoeken van een cadeau was ik al in mijn pauze door de stad wezen slenteren. De Intertoys was dicht. Daar was een verbouwing XXL gaande. Wat ik leuk vond -dat zie je niet zo vaak- daar was een vrouwelijke bouwvakker (zonder bouwvakkersdecollecté!) aan het werk. Stoer hè? Ik vond het stoer. Met lege handen ging ik weer naar huis. Als ik boodschappen ga doen op het dorp, marcheer ik gelijk naar de Marskramer. Zo gezegd, zo gedaan. Tot mijn verbazing stond die net zo leeg als de Intertoys. Alleen zonder bouwvakkers. Gaat goed met de speelgoedwinkels. Uiteindelijk ben ik bij de rommelige Kruidvat geslaagd. In de Kruidvat ben ik wel gestruikeld over de rotzooi, maar had de spullen snel weer rechtgezet. Niemand die dat zag. Zowel het vallen als het herinrichten. Met mijn schaafwond op mijn knie was ik niet zo blij, wel met de cadeaus die ik eindelijk had gescoord!

Gisteren was ik sinds lange tijd op pad met mijn bestie in Zwollywood. Girls love shopping! Winkel in, winkel uit. Het kostte ons geen enkele energie. Als tussendoortje hebben wij een grillburger bij de Febo uit de muur getrokken. Net als vroeger. Helaas was er wel carnaval in de stad. Bleh. Weinig mensen namen de moeite om er een beetje leuk uit te zien tijdens carnaval en zagen voor 80 procent onesies van de Primark voorbijkomen. Het was voor ons een uitgelezen kans om mensen belachelijk te maken. Net als vroeger. Nee, mensen. Dat hebben niet gedaan. Wij zijn nu volwassen. 😉 Verderop in stad zit Waanders in de prachtige Broerenkerk. Het is meer dan een boekwinkel. Het geeft soort van rust. Op het tafeltje lag een mooi boek. Ik zei tegen mijn vriendin. ‘Ik ga een cadeautje voor mijzelf kopen en laat het lekker inpakken.’ Eenmaal bij de kassa hadden wij veel lol hierom. ‘Is het een cadeautje?’ Vroeg de caissière. ‘Ja, graag!’ Antwoordde ik. ‘Wilt u dan een gekleurd papiertje met diertjes er op, of wilt u met ballonnen?’ ‘Oh, met ballonnen vind ik wel erg leuk!’ ‘Er zitten wel een paar streepjes op het papier, vind u dat erg?’ ‘Nee hoor, zolang het prijsje er maar af is.’ Mijn vriendin proestte het bijna uit. Het enige wat ik dacht: niet naar haar kijken! Thuis heb ik mijn cadeautje uitgepakt. Blij dat ik er mee ben! J

Lachen, huilen, praten, eten, kijken…

poppetjes

Lachen zonder blij te zijn

Lachen is gezond. Waarom is lachen eigenlijk gezond? Lachen brengt mensen bij elkaar. Lachen maakt je mooi, jonger en ongelooflijk sexy. Je hebt geen dure cosmetische behandeling nodig om er goed uit te zien. Door veel te lachen worden je kaakspieren onbewust getraind. Hierdoor straal je meer. Door te lachen krijgt je zelfvertrouwen ook een boost. Bij het lachen komt het gelukshormoon endorfine vrij. Dit hormoon zorgt voor een zaligwekkend gevoel, waardoor je je gelukkiger voelt en minder gevoelig bent voor stress. Hoe kan je veel lachen? Ik merk de laatste maanden dat ik vooral lach zonder écht blij te zijn. Lachtherapie lijkt mij zinvoller dan een bezoek aan een psycholoog. Lekker lachen. Het is toch gezond?

Huilen zonder tranen

Huilen doe ik al sinds ik een baby was. Door middel van huilen maak je jezelf hoorbaar voor hulp, troost of gewoon liefde. Tranen komen op verschillende momenten, tranen van blijdschap, tranen van pijn, maar vooral tranen van verdriet. Het is moeilijk om in het openbaar te huilen. Je voelt je kwetsbaar maar je kunt er ook niks aan doen. Sjonge wat hebben wij toch veel verdriet gehad en nog steeds hebben wij veel verdriet. Het zijn golfbewegingen. Huilen is niet zwak. Ook voor mannen niet. Er zijn ook leuke weetjes over huilen. Mensen huilen minder als de zon schijnt. Huilen heeft een heilzaam effect op de gezondheid. Ons lichaam kan niet zonder tranen. Tranen hebben een belangrijke communicatieve functie. Er wordt het meest gehuild in de VS, Nederland, Turkije en Chili. Als ik superveel huil, dan zijn mijn tranen op. Ik huil soms zonder tranen.

Praten zonder wat te zeggen

Als je op het dorp loopt, door de supermarkt heen stampt of op het schoolplein staat te wachten, dan zie je vooral vrouwen die met elkaar staan te kwekken. Waar gaat het eigenlijk over? Die vraag brandt op z’n Theo’s en Thea’s door mijn hoofd. Verhalen vertellen is een kunst. Heel veel mensen praten met elkaar. Maar wat zeggen ze eigenlijk? Oftewel, waar gaat het eigenlijk over? Vaak over gebakken lucht. Mensen zeggen geen dingen wat er echt toedoet. Durven mensen dat niet? Praat men graag over koetjes en kalfjes? Zijn we communicatief zwak? Wat ik wel weet is dat er veel gepraat wordt zonder wat te zeggen.

Eten zonder trek te hebben

Weet je wat goed voor mij is? Structuur. Niet alleen voor mij hoor, maar voor heel veel kinderen en volwassenen. Structuur in je voeding zorgt er vaak ook voor dat je vanzelf gezonder gaan eten. Mij hoor je zelden ‘dat lussik niet’ zeggen. Ik eet ook wel eens ongezond. Pizza vind ik op z’n tijd wel lekker. Afgelopen weekend heb ik Chinees gegeten. Dat was al bijna een jaar geleden. Sushi word ik ook blij van. Wat is het liefst eet is biefstuk. ‘Bloody as hell.’ Spinazie met zalm en pasta. Nom nom nom. Finger lickin’ good. Ik eet afwisselend genoeg. Gezond en ongezond. Lekker in balans. Zonder dat ik trek heb, gaan mijn kaken wel eens op en neer. Dan stop ik een koekje in mijn mond. Of haal ik een Vietnamese loempia op de markt. Dan eet ik zonder trek te hebben. Herkenbaar? Gewoon lekker snaaien. Weg structuur.

Kijken zonder te zien

Onze ogen zijn perfect. Gemaakt voor ons lichaam en prima in staat om een leven lang goed te zien, zonder hulpmiddelen. Als je ze maar goed gebruikt. Het ging al vroeg mis bij mij. Het was geen verrassing. Ik hing met mijn gezicht plat voor de tv. Ineens kon ik tijdens Topografie de juiste plaatsen niet meer aanwijzen, terwijl ik goed in Topografie was. Rond mijn negende kreeg ik al een bril. Sinds een aantal jaar kan ik goed zien. Nou ja, goed zien. Ik kan zien zonder een bril of contactlenzen. Mijn gelaserde ogen doen het nog steeds. Mensen zijn kijkdieren. Eerst zien, dan geloven. Zien ís geloven. Foto’s hebben een enorme overtuigingskracht. De overtuiging dat de camera niet liegt, niet liegen kan. Details zijn mooi. Vooral op foto’s. Zien wij die wel? Ik kijk zonder te zien. Volgens mij doen heel veel mensen dat.

Doodgaan zonder te sterven

Iedereen gaat dood. De een sterft jong, de ander oud. Je kunt nooit iemand missen. Ik haat het om geliefden te moeten missen. Hoe ga je er mee om? Jij zult wel denken: ‘het moet een plekje krijgen.’ Ging het maar zo makkelijk. Wijs mij dat plekje dan maar eens aan. Nou, zeg dan! Zie, jij weet ook niet waar dát plekje is. Helaas wordt niet iedereen honderd. Is er leven na de dood? Het is een vraag die blijft fascineren. Komen we elkaar na de dood weer tegen? Nog een fascinerende vraag. Als we de Bijbel geloven wel. Ik hoop het vooral. Mensen die we moeten missen, wil ik graag weer een keer tegenkomen. Zolang ik nog op deze aardkloot rond huppel, zijn de overledenen vooral bij mij in gedachten. In mijn hoofd zijn ze nog levend. Ze zijn dood, maar sterven voor mij niet. Ik denk er elke dag aan.

Stuk Stront

Stuk Stront

Ken je het nummer: ‘bolletjes in mijn hol?’ Het nummer is inmiddels alweer achttien jaar oud. Wij zongen dit vroeger onder de biologieles. Onze lerares was al bijna overspannen en had nog een klein duwtje in de rug nodig om helemaal in de put te raken. Als je vervelend én puber bent is niet zo moeilijk om een leraar of lerares met een rotgevoel naar huis te laten gaan. Ik snap sowieso niet dat je pubers les wilt geven. Een hel lijkt mij dat. Je begrijpt dat ik voor biologie bijna nooit een voldoende heb gehaald. Terecht. Ik was veel te druk om net zo vals te zingen als een krolse kat. Daar is mijn liefde voor muziek vast begonnen. Als je het nummer niet meer kent, het is te vinden op Youtube. Of op Spotify. Waar ik het echt over wil hebben? Ik wil het over stuk stront hebben. Over hoe je als een stuk stront behandeld kunt worden. Ik wil ieder mens wel ergens mee helpen, maar sommige mensen (hoe goed je je best ook doet) behandelen je als een stuk stront.

Eén van mijn eerste baantjes was bij de Kruidbom. Ik werkte daar toen het nog niet overgenomen was door Chinezen en het nog geen teringzooi was. Ik probeerde zoveel mogelijk met klanten mee te lopen als zij het product niet konden vinden. Beter dan een vaag vingertje die alle kanten op zou kunnen wijzen. Dat vinden klanten toch niks? Ik had een keer een zwaar gehandicapte jongen in de winkel. Hij kwam aanscheuren in een hypermoderne scootmobiel. Om jaloers op te worden! Hij begon tegen mij te praten, maar ik begreep niet naar wat hij zocht of wou. Na zes keer begon het pijnlijk te worden. Ik deed echt mijn best om hem te verstaan. Hij werd boos en begon te vloeken. Ja, dat verstond ik dan wel weer. In zijn scootmobiel zat een soort van muziekinstallatie en zette die knetterhard aan in de winkel en ging zelf op zoek. Daar stond ik dan. Had me nog nooit zo rot gevoeld. Ik wou graag mensen helpen. Dat lukt blijkbaar niet altijd.

Ik word wel vaker als stront behandelt. Zelfs door een dakloze. Een dakloze is bij mij aan de balie geweest. Hij vroeg of hij mocht bellen. De dakloze hoopte dat diegene die hij ging bellen hem op kwam halen en een slaapplek voor hem kon regelen. Van mij mag veel. Dus ik belde het nummer dat op zijn visitekaartje stond en gaf de hoorn door aan de dakloze. Hij kreeg het maar niet voor elkaar. Hij werd niet opgehaald en hij kon ook nergens slapen. Ik ken zijn achtergrond natuurlijk niet, maar ergens vind ik het wel zielig. Eerst bedankte hij mij nog dat hij mocht bellen. Toen knapte er blijkbaar iets. Stomme dit, stomme dat. Met gevloek en gemopper. Alles was stom. ‘’Slaapt u vanavond maar lekker in uw eigen bed!’’. Ik heb goed naar hem geluisterd en lekker in mijn eigen bed geslapen. Als u mij als stront behandelt, terwijl ik u probeer te helpen, zak dan maar lekker in de stront! Stuk stront. En zo ruik je trouwens ook. Dat heb ik natuurlijk alleen maar gedacht. Ik moet ineens aan mijn biologielerares denken. Wat erg dat ik haar zo behandeld heb. Zij wou ons alleen maar helpen…